In 1763 heeft Steevens het orgel nog eenmaal herzien. Wellicht heeft hij toen de bas van de Terts in een 2 gewijzigd. Sinds 1767 onderhield stadsorgelmaker Johannes van Overbeek het orgel, gevolgd door F. van de Weele (1785-1840), G.L. Preuniger (1843-1850), J.A. Mennes (1850-1857), W.H. Kam (1857-1858), C.P. Sprang (1868-1895) en G. Spit (1898-1919).
In 1875 heeft C.P. Sprang het orgel gewijzigd: de klaviatuur werd naar de zijkant verplaatst en Fluittravers 8 discant is in een Prestant 8 discant gewijzigd. De halvering van de Quint en de Terts kwamen wegens de veranderde situatie van de mechanieken noodgedwongen te vervallen.
De dispositie van het Steevens-orgel: (1761) vanaf 1875:
Manuaal:
Prestant disc. 8 voet
Holpijp 8 voet
Prestant 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Terts 1 3/5 voet
Cornet disc. IV sterk
Dulciaan basc./disc. 8 voet
Pedaal:
Aangehangen
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-d
Pedaalomvang: C-d
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1956 is het orgel gelijk met de kerk gerestaureerd waarbij het geen wijzigingen heeft ondergaan. Wel is het vanuit de absis aan de westzijde van de kerk geplaatst op een galerij boven de consistoriekamer en portaal.
Situatie tot 1956. Foto : Collectie Stichting Orgelarchief Maarten Vente
Gerelateerde nieuwsberichten
2010/05/29 Orgelwandeltocht Middelburg: 'Jong, oud, muzikaal Middelburg'
Geraadpleegde Bronnen
Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel II Walcheren
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974
Unger, W.S. (1943)
De Monumenten van Middelburg
Maastricht, uitgeverij Leiter-Nypels (1943)
Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Vente