Kerkgebouw
De Gasthuiskerk is oorspronkelijk de kapel van het Sint Barbaragasthuis geweest. De geschiedenis van het gasthuis gaat terug tot het begin van de 14e eeuw. De oorspronkelijke kerk werd voor het eerst genoemd in de stadsrekeningen van 1396/1397. De kerk was inwendig (in tegenstelling tot het exterieur) rijk versiert. In 1589 is het gebouw met bijna al de overige gebouwen van het gasthuis gesloopt.
Schuin achter deze kerk werd in 1493 en 1494 een kapel gebouwd. Nadat de functie van ziekenhuiskapel werd opgeheven, was het in gebruik bij de bewoners van de Abdij omdat de Nieuwe- en Koorkerk tijdelijk onbruikbaar waren geworden door een brand. Van 1579 tot 1589 werd de kapel verhuurd aan Engelse kooplieden en in 1589 toegewezen aan de Hervormden. In 1798 werd de kerk in gebruik genomen door de Rooms Katholieke Kerk (die tot die tijd in de kerk aan de Blauwedijk hadden gekerkt) en in 1845 werd het gebouw verkocht aan de Afgescheiden Gemeente van Middelburg. In 1936 werd de kerk gekocht door de in dat jaar genstitueerde Christelijke Gereformeerde Kerk.
In 1954 en 1955 werd de kerk geheel gerestaureerd en in 1961 werden de gebouwen aan een zijde van de kerk gesloopt. De huidige consistorie was oorspronkelijk het koor van de kerk.
Na vernieuwing van het liturgisch centrum in 1981, is in 1982 en 1983 het bijgebouw naast de kerk opgetrokken.
In 2002 heeft de laatste verandering plaatsgehad waarbij de galerij werd vergroot, een middenpad werd aangelegd en het liturgisch centrum werd verhoogd.
Orgel
Vermoedelijk is het huidige hoofdwerk van het orgel van de Gasthuiskerk in het midden van de 18e eeuw gebouwd. De qua factuur doorlopende Quint 3' en Octaaf 2' duiden namelijk op een datering na 1750. In de kas zijn aantekeningen getroffen dat het orgel in de Oosterkerk heeft gestaan. Mogelijk betreft dit de Oosterkerk aan de Hoogstraat te Rotterdam, echter het is ook goed mogelijk dat we te maken hebben met een orgel dat vroeger in een schuilkerk heeft gestaan. Hierop wijzen de stekermechaniek met een windlade lager gelegen dan de klaviatuur en het ontbreken van tongwerken.
De waarschijnlijk oorspronkelijke dispositie van het orgel (hoofdwerk) (18e eeuw):
Manuaal:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur bas/disc. III sterk
Cornet disc. III sterk
Sesquialter disc. II sterk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: ?
Stemming: ?
Toonhoogte: a = 453 Hz?
Tractuur: mechanische sleeplade
Het is wel opmerkelijk dat op het hoofdwerk zowel een Mixtuur, Cornet als Sesquialter was gedisponeerd.
Het bovenwerk van het orgel is zeer waarschijnlijk afkomstig van een huisorgel, dat volgens onderzoek van dr. M.A. Vente zou kunnen dateren uit circa 1675.
De waarschijnlijk oorspronkelijke dispositie van het orgel (bovenwerk) (ca. 1675):
Manuaal:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba disc. 8 voet
Fluit 4 voet
Quint disc. 3 voet
Octaaf 2 voet
Woudfluit 2 voet
Fluit bas 1 voet
Overige gegevens:
Manuaalomvang: ?
Stemming: ?
Toonhoogte: a = 453 Hz?
Tractuur: mechanische sleeplade
Het is niet bekend wanneer en door wie beide instrumenten tot n orgel zijn getransformeerd, maar dit is mogelijk gebeurd in 1832. Gezien een potloodaantekening in de orgelkas werd het in 1832 door koopman in orgels E. van Gelder uit Amsterdam als tweeklaviers orgel in de Hervormde Kerk te Sprang geplaatst. In de overeenkomst van 1832 werd het instrument 'zo goed als nieuw' getypeerd, wat een samenvoeging in dat jaar aannemelijk maakt. De huidige kas dateert uit dit jaar.
De vermoedelijke dispositie van het orgel (ca. 1675/18e eeuw) vanaf 1832:
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Ocaaf 2 voet
Mixtuur bas/discant III sterk
Cornet disc. III sterk
Sesquialter disc. II sterk
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Fluit 4 voet
Quint disc. 3 voet
Octaaf 2 voet
Woudfluit 2 voet
Fluit basc. 1 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-dis
Pedaalomvang: C-d
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 453 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1874 werd het aangekocht door de Afgescheiden Gemeente van Middelburg. De orgelbouwers Van den Haspel, Scholgen & van der Weijde plaatsten het orgel op een nieuwe hoge onderkas in de Gasthuiskerk, voorzagen de torens van het front van drie neogotische bekroningen en schilderden het geheel in eiken imitatie. De spaanbalgen werden vervangen door magazijnbalgen die in de onderkast een plaats kregen. Ook werden er nieuwe registerknoppen aangebracht.
De dispositie van het orgel (ca. 1675/18e eeuw) vanaf 1874:
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Ocaaf 2 voet
Mixtuur bas/disc. III sterk
Cornet disc. III sterk
Sesquialter disc. II sterk
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Fluit 4 voet
Quint disc. 3 voet
Octaaf 2 voet
Woudfluit 2 voet
Fluit basc. 1 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-dis
Pedaalomvang: C-d
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 453 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
De dispositie is in de loop der tijd gewijzigd. In ieder geval voor 1936 is de Sesquialter van het hoofdwerk verwijderd, de Fluit 4' van het bovenwerk vervangen door een Prestant 4', de Octaaf 2' vervangen door een Fluit 2' en een pneumatische tremulant aangebracht.
De dispositie van het orgel (ca. 1675/18e eeuw) vanaf 1936:
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Ocaaf 2 voet
Mixtuur bas/disc. III sterk
Cornet disc. III sterk
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Prestant 4 voet
Quint disc. 3 voet
Fluit 2 voet
Woudfluit 2 voet
Fluit basc. 1 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-dis'''
Pedaalomvang: C-d
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 453 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1945 is een elektrische windvoorziening aangebracht.
De firma M. Spiering uit Dordrecht heeft in 1951 het orgel gerestaureerd, waarbij een Bourdon 16' voor het hoofdwerk werd aangebracht, die als transmissie ook op het pedaal te bespelen was. Dit register werd op een pneumatische lade aan de buitenzijde van de kas opgesteld. Het pedaalklavier werd vervnieuwd en de manuaalomvang uitgebreid van dis''' tot f'''.
De dispositie van het orgel (ca. 1675/18e eeuw) vanaf 1951
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Ocaaf 2 voet
Mixtuur bas/disc. III sterk
Cornet disc. III sterk
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Prestant 4 voet
Quint disc. 3 voet
Fluit 2 voet
Woudfluit 2 voet
Fluit basc. 1 voet
Pedaal:
Bourdon 16 voet - transmissie
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-dis'''
Pedaalomvang: C-d
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 453 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen / pneumatische kegelladen
In 1955 werd het orgel witgeschilderd in het kader van de kerkrestauratie. De bekroningen uit 1874 werden verwijderd maar gelukkig bleef het lofwerk aan de onderzijde van het front en aan de bovenzijde het snijwerk bij wijze van draperie behouden.
In 1975 is op het bovenwerk een regaal 8' en een quint 11/3' geplaatst. Op het hoofdwerk werd een Tertiaan II discant geplaatst in plaats van de Cornet. Dit werd gedaan door G. Ph. Feij Pzn (1908-1993), sinds 1938 organist van de Gasthuiskerk, die ook de windladen en mechanieken herstelde. De Quint 3', Fluit 1' basc. verdwenen bij deze werkzaamheden. Zijn oomzegger Piet J. Feij Jaczn (ca. 1938) zou vanaf 1970 tot 2020 het orgel ruim 50 jaar bespelen.
De dispositie van het orgel (ca. 1675/18e eeuw) vanaf 1975:
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Ocaaf 2 voet
Mixtuur bas/discant IV sterk
Tertiaan II sterk
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Prestant 4 voet
Fluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Quint 1 1/3 voet
Regaal 8 voet
Pedaal:
Bourdon 16 voet - transmissie
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 453 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
pneumatische kegelladen (Bourdon 16 voet)
In 1993 beleerde orgelbouwer A. Nijsse & Zoon de magazijnbalgen opnieuw.
In januari 2009 is het orgel gedemonteerd voor restauratie door de Gebr. Van Vulpen te Utrecht. Hierbij werd de dispositie gereconstrueerd naar de situatie van 1832, waarbij nieuw pijpwerk voor de Sesquialter, de Viool 8', de Quint 3' disc, de Woudfluit 2' en de Fluit 1 bas moesten worden gemaakt. Met een aantal nieuwe pijpen zijn de Prestant 4' en de Octaaf 2' opgeschoven tot respectievelijk een Octaaf 2' en een Fluit 4'. Daarnaast werd een zelfstandig pedaal toegevoegd door het disponeren van een Bourdon 16' en een Gedekt 8'. Deze laatste is gedeeltelijk transmissie van de Bourdon 16'. De pneumatische Tremulant is vervangen door een mechanisch exemplaar. Daarnaast is de orgelkas samen met de preekstoel geschilderd in mahonie imitatie, zoals het van oorsprong is geweest. Het orgel werd op 24 juli 2010 officieel in gebruik genomen, gevolgd door een presentatieconcert op vrijdag 25 juni door Aart Bergwerff, die als adviseur bij de werkzaamheden betrokken was.
De dispositie van het orgel (ca. 1675/18e eeuw) vanaf 2010:
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Ocaaf 2 voet
Mixtuur bas/discant IV sterk
Sesquialter disc. II sterk
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba disc. 8 voet
Fluit 4 voet
Quint disc. 3 voet
Octaaf 2 voet
Woudfluit 2 voet
Fluit bas 1 voet
Pedaal:
Bourdon 16 voet
Gedekt 8 voet - transmissie
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk (schuifkoppel)
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d
Stemming: Young
Toonhoogte: a = 453 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Situatie 1874-1951. Repro J.C. van der Male Situatie 1951-2009
Situatie 1951-2009 Situatie 2009 tijdens restauratie
Situatie 2009 tijdens de restauratie
Gerelateerde nieuwsberichten
2010/06/24: Ingebruikname orgel Gasthuiskerk Middelburg
2008/11/22: Orgel Gasthuiskerk Middelburg in restauratie
Geraadpleegde Bronnen
Jongepier, J. e.a. (1999)
Het Historische orgel in Nederland, deel IV (1790-1818)
Rotterdam, Nationaal Instittuut voor de Orgelkunst, 1999
Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel II Walcheren
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974
Unger, W.S. (1943)
De Monumenten van Middelburg
Maastricht, uitgeverij Leiter-Nypels (1943)
Geschiedenis en Restauratie van het orgel in de Gasthuiskerk
Christelijk Gereformeerde Kerk Middelburg (2010)
Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Vente