Kerkgebouw
In 1889 werd een pand door de Doopsgezinde Gemeente van Middelburg aangekocht aan de Lange Noordstraat aangekocht (nu nr 60: "De Milde Maarten"). In de tuin van dit huis werd een nieuwe kerk gebouwd. Op deze plaats had het woonhuis van een patriot gestaan dat in 1787 door woedende Middelburgers met een VOC-kanon werd platgeschoten.
In 1890 werd het huidige gebouw aan de Lange Noordstraat in gebruik genomen. De Doopsgezinde Kerk is ontworpen door de architect K. Stoffels uit Den Haag. In de hier toegepaste eclectische stijl werd teruggegrepen op vroegere bouwstijlen: de voorgevel is in neo-renaissance bouwstijl, de raampartijen en boogfriezen boven in de voorgevel zijn neo-romaans genspireerd. De 'Vermaning' isgebouwd door aannemer H.P. van de Ree & Zn. en werd eind 1889 in gebruik genomen. De opdrachtgevers hebben vermoedelijk het door deze architect ontworpen kerkgebouw van de Doopsgezinde Gemeente van Den Haag voor ogen gehad uit 1886. Het oude gebouw aan de Hoogstraat werd verkocht aan het Leger des Heils.
In 1908 werd achter het kerkgebouw een gemeentezaal gebouwd naar ontwerp van architect A. van Dorst.
Het laatste decennium is de kerk aan de Lange Noordstraat in fasen gerestaureerd en zo veel mogelijk in oorspronkelijke staat hersteld.
Orgel
In 1890 werd het orgel door de firma Bakker & Timmenga uit Leeuwarden uit de oude Doopsgezinde Kerk aan de Hoogstraat overgeplaatst naar het huidige kerkgebouw aan de Lange Noordstraat. Hierbij is in feite nieuw gebouwd met gebruikmaking van al het oude pijpwerk van Moreau? (ca. 1740), Van der Weele (1833), Preuniger & Mennes (1841) en Kam (& Van der Meulen) (1850, -'54 en - '57). Bakker & Timmenga bouwden een nieuwe kas met een front dat volstrekt a-typisch is voor deze bouwers. Het is dan ook een ontwerp van de architect van de kerk: K. Stoffels. Daarnaast werden nieuwe windladen, balgen, mechanieken en een nieuwe klavieromlijsting geleverd. De klavieren zelf zijn van W.H. Kam uit 1857 waarbij het in 1890 werd uitgebreid met de toets f in iets smallere uitvoering. Het pedaal uit 1857 werd gehandhaafd. Verder werd een Bourdon 16' en een Trompet 8' bascant/discant op het hoofdwerk gedisponeerd. De Eoline 8 werd van het hoofdwerk verplaatst naar het bovenwerk. De Prestant 8 van Kam & Van der Meulen werd gedeeltelijk vernieuwd. Het groot octaaf van het pedaal kreeg een transmissie van de Bourdon 16' toebedeeld, dat gedeeltelijk mechanisch en gedeeltelijk pneumatisch was.
De oorspronkelijke dispositie van het Bakker & Timmenga-orgel (1890) met gebruikmaking van ouder pijpwerk:
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Roerfluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Trompet basc./disc. 8 voet
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Gemshoorn 8 voet
Fluit 4 voet
Salicet 4 voet
Woudfluit 2 voet
Eoline 8' 8 voet
Pedaal:
Bourdon - transmissie 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Ventiel op Bovenwerk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'
Pedaalomvang: C-f
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1910 werd door Bakker & Timmenga het orgel gerestaureerd waarbij de mechanieken werden ingevoerd.
Op een zeker moment in de 20ste eeuw is de handpompinstalatie buiten werking gezet en een elektrische windmotor aangebracht.
In 1957 is gelijktijdig met de vernieuwing van het kerkinterieur de orgelkas in effen hoogglans donkerbruin geschilderd. Nader onderzoek heeft uitgewezen dat de kas oorspronkelijk een eenvoudige sepiakleurige gehout beschildering had met op het zaagwerk boven de pijpen in het front een lakensgroene kleur.
In 1986 werd de kas in zweeds-rood met ivoorwit geschilderd.
In hetzelfde jaar werd het orgel gerestaureerd door de firma A. Nijsse waarbij de windladen van dekplaten werden voorzien.
In 2002 is door A. Nijsse & Zoon de oude handpompinstallatie weer in ere hersteld en tevens de transmissie van de Bourdon 16 op het pedaal volledig mechanisch gemaakt. Ook het klein octaaf is nu zelfstandig bespeelbaar.
In 2007 is een pedaalkoppel naar het bovenwerk aangebracht. Ook deze werkzaamheden zijn door A. Nijsse & Zoon uitgevoerd.
Tussen 2005 en 2008 is het orgelfront gedetailleerd naar voorbeeld van het ontwerp van K. Stoffels uit 1890. Hierdoor komen de vele neorenaissance detailleringen veel beter tot hun recht. Op zaterdag 21 juni 2008 is de grotendeels gereedgekomen restauratie van het kerkinterieur en het orgel gepresenteerd door middel van een drietal korte causerien over de bouwstijl en het orgel en enkele korte bespelingen van het instrument.
In 2010 is door A. Nijsse & Zoon een tremulant op het bovenwerk geplaatst. Het is een winduitlatende tremulant die op pneumatische wijze vanaf het werktuiglijke register 'Ventiel' wordt bediend.
De huidige dispositie van het Bakker & Timmenga-orgel (1890) met gebruikmaking van ouder pijpwerk:
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Roerfluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Trompet basc./disc. 8 voet
Bovenwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Gemshoorn 8 voet
Fluit 4 voet
Salicet 4 voet
Woudfluit 2 voet
Eoline 8' 8 voet
Pedaal:
Bourdon - transmissie 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Bovenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Bovenwerk
Tremulant op Bovenwerk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'
Pedaalomvang: C-f
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 435 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Situatie 1986-2008
Gerelateerde nieuwsberichten
2008/06/21: Orgelkas Doopsgezinde Kerk Middelburg verfraaid
2010/05/29 Orgelwandeltocht Middelburg: 'Jong, oud, muzikaal Middelburg'
2010/10/06 'Opnieuw uitbreiding orgel Doopsgezinde Kerk Middelburg'
Geraadpleegde Bronnen
Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel II Walcheren
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974
Archief Doopsgezinde Gemeente Walcheren
Archief J.H. Kluiver