Middelburg
Kerkgebouw
In de Middeleeuwen waren er in Middelburg drie kerken: de Westmonster- of St. Maartenskerk, de Noordmonster- of St. Pieterskerk en de Oostmunster- of St. Nicolaaskerk (huidige Abdijkerk of Nieuwe kerk).
De bouw van de Westmonsterkerk wordt geschat op 1390 en was gesitueerd op de Markt voor het stadhuis. Hiervoor heeft vermoedelijk een Romaanse kapel op deze plaats gestaan.
Na de overgang in handen van Prins Willem van Oranje werd de overbodig geworden kerk in 1576 afgebroken en kon de Markt worden vergroot.
Foto : Bulletin Stichting Oude Zeeuwse kerken, april 1999
Groot orgel
Aan het begin van de 16e eeuw bezat de St. Maartenskerk een groot en een klein orgel. Op de hoogtijdagen en bijzondere dagen speelde de organist op het grote orgel en tijdens de gewonen missen op het kleine orgel. Het groot orgel bestond uit een hoofdwerk met staand prinicpaal/blokwerk en een rugwerk met afzonderlijke registers waaronder in ieder geval n tongwerk. Bij vervanging van de organist mocht alleen een bekwame bespeler van het blokwerk afwijken. De organistn mocht het tongwerk dat werd aangeduid als 'dat register van de rieten' niet meer dan twee keer tijdens de mis te gebruiken, waarbij de voorkeur gold dit samen met de 'doeve' te doen, de prestant van het blokwerk. Dit moest 'mit lange toetsen' geschieden, dat wil zeggen in langzaam tempo. Door wie dit orgel gebouwd is, is niet bekend.
Bij de beeldenstorm in 1566 liepen de orgels geen schade op. In de stadsrekening van 1571 is te lezen dat het orgel werd vermaakt en tevens geschilderd en verguld. De werkzaamheden zullen zijn uitgevoerd door de Middelburgse orgelbouwer Jan Roosse.
Na de Reformatie in 1574 werden de orgels uit de kerk, mede door toedoen van de predikant Geleijn Jansz. Hoorne verwijderd. In 1576 werd het grote orgel op last van het stadsbestuur verkocht aan de baljuw Tusmmo Rollema en de Westmonster- of Sint Maartenskerk afgebroken. Het orgel werd, samen met het orgel van de voormalige Noordmonster- of Sint Pieterskerk doorverkocht aan Hans Berckhoff, koopman te Mnster, die na vele aanbiedingen er uiteindelijk in slaagde het grote orgel van de Westmonsterkerk te verkopen aan de Ueberwasserkirche in Mnster. Het instrument werd door de Middelburgse orgelmaker Jan Roosse naar Mnster overgeplaatst.
Dispositie van het voormalige orgel (16e eeuw) vanaf 1580:
Hoofdwerk:
Blokwerk 16 voet
Borstwerk*:
Trompet basc./disc. 8 voet
Rugwerk*:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Nasard 3 voet
Superoctaaf 2 voet
Sifflet 1 voet
Mixtuur
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Tremulant op het Rugwerk
Trommel
Nachtegaal
Overige gegevens:
Manuaalomvang: F-g'' a''
Pedaalomvang: ?
Stemming: ?
Toonhoogte: a = ?
* Rug- en Borstwerk vanaf n klavier bespeelbaar
Kleine orgel
Aan het begin van de 16e eeuw bezat de St. Maartenskerk een groot en een klein orgel. Op de hoogtijdagen en bijzondere dagen speelde de organist op het grote orgel en tijdens de gewonen missen op het kleine orgel. De bouwer en bouwjaar zijn niet bekend.
Bij de beeldenstorm in 1566 liep het instrument geen schade op, maar na de Reformatie in 1574 werd besloten de orgels van de Westmonsterkerk te verkopen. In 1576 werd het instrument verkocht aan Franciscus Valerius. Waar dit kleine orgel uiteindelijk terecht is gekomen, is niet bekend.
Geraadpleegde literatuur
Kluiver, J.H. (1974)
Historische Orgels in Zeeland, deel II Walcheren
Middelburg, Mededelingen van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1974
Kempen, P.A.M.M. van (1999)
'Het archeologisch onderzoek naar de Westmonsterkerk te Middelburg in het voorjaar van 1998' in: 'Bulletin Stichting Oude Zeeuwse Kerken, nr 42, 1999