Kerkgebouw
In 1954 splitste zich te Nieuwerkerk een groep met het overgrote deel van de kerkenraad van de synodale Gereformeerde Gemeente die zich aansloten bij de Gereformeerde Gemeente in Nederland. Voor de samenkomsten maakte men gebruik van het gebouw van de Christelijke School aan de Stationsstraat.
In 1955 werd dit gebouw verbouwd tot kerk en in 1977 werd deze belangrijk vergroot. Eveneens in de jaren '70 van de vorige eeuw ging men over tot de Gereformeerde Gemeente in Nederland buiten verband.
In circa 2000 werd het kerkinterieur opgeknapt.
Tegenwoordig maakt de gemeente weer deel uit van de Gereformeerde Gemeente in Nederland.
Orgel
Tot 1967 werd de gemeentezang in deze gemeente geleid door een voorzanger. In 1962 werd besloten tot aanschaf van een orgel over te gaan. Pas in 1967 werd het thans in deze kerk staande orgel aangekocht. Dit instrument werd in 1837 gebouwd voor de Nederlandse Hervormde Kerk te Sassenheim door de orgelbouwer Hermanus Knipscheer te Amsterdam en aldaar op 1 oktober van dat jaar in gebruik genomen met een bespeling door de organist van de Nieuwe Kerk te Amsterdam, J.J. Lorgion.
De oorspronkelijke dispositie van het Knipscheer-orgel (1837):
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf basc./disc. 4 voet
Gedekte Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-IV sterk
Cornet disc. IV sterk
Bovenwerk:
Prestant disc. 8 voet
Holpijp basc./disc. 8 voet
Viola di Gamba disc. 8 voet
Prestant basc./disc. 4 voet
Fluit Travers 4 voet
Quintfluit basc./disc. 3 voet
Octaaf basc./disc. 2 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Tremulant
Ventil
Afsluiting
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Dit orgel werd in de jaren '30 vervangen door een nieuw orgel van C. Verweys te Amsterdam. Het Knipscheer-orgel werd gekocht door de fa. A.S.J. Dekker te Goes die het in 1936 verkocht aan de Gereformeerde Gemeente te 's Gravenpolder. De beelden die het orgel sierden werden niet geplaatst wegens ruimtegebrek. De Cornet bleek vervangen te zijn door een Salicionaal 8' disc.
De dispositie van het Knipscheer-orgel (1837) vanaf 1936:
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Salicionaal disc. 8 voet
Octaaf basc./disc. 4 voet
Gedekte Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-IV sterk
Bovenwerk:
Prestant disc. 8 voet
Holpijp basc./disc. 8 voet
Viola di Gamba disc. 8 voet
Prestant basc./disc. 4 voet
Fluit Travers 4 voet
Quintfluit basc./disc. 3 voet
Octaaf basc./disc. 2 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Tremulant
Ventil
Afsluiting
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In verband met oorlogsschade werd het instrument in 1946 door de fa. Dekker gereviseerd en ingrijpend gewijzigd waarbij de registers van het Hoofdwerk met uitzondering van de Fluit 4' samen met alleen de Viola di Gamba 8' en de Fluit 4' van het bovenwerk op een pneumatische kegellade werd geplaatst. Het bovenwerk zelf kwam te vervallen. In verband met de aangebrachte pneumatiek werd de winddruk opgevoerd.
De dispositie van het Knipscheer-orgel (1837) vanaf 1946:
Manuaal:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit Travers 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-IV sterk
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Tremulant
Ventil
Afsluiting
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: pneumatische kegellade
In 1967 werd het instrument, waarschijnlijk ongewijzigd, door L. Eversdijk te Goes overgeplaatst naar de Gereformeerde Gemeente in Nederland buiten verband te Nieuwerkerk, waar men tot dan toe gebruik maakte van een Hammond-orgel.
In 1987 werd het door de fa. Fama en Raadgever gerestaureerd onder adviseursschap van P.J. Wols en J. Milhous van de VOGG. Daarbij werd een nieuwe mechanische windlade met sleepladen aangebracht, werd de Bourdon 16' door transmissie zelfstandig bespeelbaar op het pedaal gemaakt en werd een nieuwe Cornet discant 4 sterk geplaatst.
De dispositie van het Knipscheer-orgel (1837) vanaf 1987:
Manuaal:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit Travers 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-IV sterk
Cornet disc. IV sterk
Pedaal:
Subbas - transmissie 16 voet
Werktuiglijke registers:
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade
Situatie 1837-1936 te Sassenheim, Hervormde Kerk Situatie 1936-1967 te 's Gravenpolder, voormalig Gereformeerde Gemeente
Foto : Collectie P. Sevestre Foto : Collectie P. Sevestre
Situatie 1967-ca. 2000
Foto : J.C. van der Male
Foto : J.C. van der Male