Kerkgebouw
De van oorsprong 14e-eeuwse kerk te Oosterland, welke was gewijd aan de Heilige Judocus, werd in 1612 door brand gedeeltelijk verwoest. Alleen het 15e-eeuwse koor, dat in de 19e eeuw met twee traveen werd uitgebreid, en de uit de tweede helft van de 14e eeuw daterende toren, die werd ingekort tot de huidige sobere zadeltaktoren, bleven bewaard. Op de plaats van het schip verrees een schoolgebouw.
De toren werd, nadat deze bij een geallieerd bombardement in januari 1945 zwaar beschadigd raakte, in 1949/50, tegelijk met de restauratie van de kerk, hersteld. Op 27 augustus 1972 werd de kerk na een volgende restauratie weer in gebruik genomen.
Eerste orgel
In 1894 besloot de kerkvoogdij van de Hervormde Kerk te Oosterland akkoord te gaan met het voorstel van enkele heren om een orgel in deze kerk te plaatsen. Wat voor een instrument dit was is niet bekend. Mogelijk betrof het een harmonium.
Tweede orgel
In 1905 werd het orgel uit 1894 op advies van de heer Bender te Leiden vervangen door een nieuw orgel voorzien van mechanische sleepladen. Waarschijnlijk, wegens de sterke gelijkenis met het orgel van de Hervormde Dorpskerk van Leidschendam dat zeker door Van Gelder is gebouwd, werd het Oosterlandse orgel gebouwd door J. van Gelder te Leiden.
De oorspronkelijke dispositie van het Van Gelder-orgel (1905):
Manuaal:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Gamba - vanaf c 8 voet
Celeste 8 voet
Octaaf 4 voet
Piccolo 2 voet
Cornet disc. III sterk
Pedaal:
Aangehangen
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade
Op basis van een offerte uit 1954 werd het instrument in 1956 gerestaureerd door W. van Leeuwen te Leiderdorp. Daarbij werd schade als gevolg van de watersnoodramp hersteld (vervanging geoxideerde metalen onderdelen), werd houtworm bestreden en werd de oorspronkelijke Cornet 3 sterk discant vervangen door een Mixtuur 3-5 sterk over het gehele klavier. Tevens werd het instrument, in verband met de aanpassing van de orgelgalerij, naar achteren verplaatst.
De dispositie van het Van Gelder-orgel (1905) vanaf 1956:
Manuaal:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Gamba - vanaf c 8 voet
Celeste 8 voet
Octaaf 4 voet
Piccolo 2 voet
Mixtuur III-V sterk
Pedaal:
Aangehangen
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade
Rond 1980 werd wegens lekkages de windlade door de firma. Pels en Van Leeuwen te 's Hertogenbosch hersteld en werd het pijpwerk geherintoneerd.