Kerkgebouw
In de eerste helft van de 17e eeuw ging het schip van de Hervormde Geertrudiskerk te Ouwerkerk door brand verloren. Hierna bleef het koor van het gebouw in gebruik als kerk, tot het bij gevechtshandelingen in 1944 zwaar beschadigd raakte. De toren werd in 1945 door de Duitsers opgeblazen. De gemeente nam in 1946 een uit Zwitserland afkomstige noodkerk in gebruik. Na de ramp van 1953 werd begonnen aan de bouw van een geheel nieuwe kerk.
Foto : Ansichtkaart
Orgel
Op 16 september 1914 werd het eerste pijporgel in de Hervormde Kerk te Ouwerkerk in gebruik genomen. Het werd gebouwd door de fa. Dekker te Goes en het had een pneumatische tractuur.
De dispositie van het voormalig Dekker-orgel (1914):
Manuaal:
Bourdon disc. 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba - C-B in Holpijp 8 voet
Vox Celeste - vanaf f 8 voet
Octaaf 4 voet
Flute Dolce 4 voet
Cornet disc. III sterk
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Octaafkoppel Manuaal
3 vaste combinaties
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-c'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: pneumatische kegellade
Het orgel overleefde de beschieting van de kerk in 1944 en werd in 1948 na een reparatie door orgelmaker Bergmeijer te Woerden in de noodkerk geplaatst. Tegen het advies in van de Orgelcommissie van de Hervormde Kerk in (deze wees op de mogelijkheid een 18e eeuws kabinetorgel uit Abbenes aan te schaffen) besloot men in 1950 om het instrument te restaureren door de fa. Spiering te Dordrecht. Na de ramp van 1953 werd het orgel naar de fa. Spiering getransporteerd in afwachting van een opdracht tot herstel. Op aandringen van het Rampenfonds werd echter besloten tot de bouw van een geheel nieuw orgel voor de nieuwe kerk.. Het pijpwerk van het Dekker-orgel werd verkocht aan de fa. Stinkens te Zeist teneinde omgesmolten te worden.
Foto : Collectie P. Sevestre
Â