Kerkgebouw
De toren van de aan de Heilige Jacobus gewijde Dorpskerk te Renesse dateert uit de 15e eeuw en vormt de aanzet tot een niet voltooid bouwplan. Het eenbeukige schip is vermoedelijk in 1506 tussen de toren en het koor van de vorige kerk gebouwd, waarbij het in de plaats kwam van een ouder schip. Het koor werd, vermoedelijk omdat het gebouw inmiddels voor de protestantse eredienst werd gebruikt, niet aangepast aan het nieuwe kerkgebouw.
In 1916 werd het inmiddels als schoollokaal in gebruik zijnde koor afgebroken en vervangen door een groter schoolgebouw.
In 1976 werd ook dit gebouw afgebroken en werd op basis van foto's, gemaakt tijdens de afbraak in 1916 van het oorspronkelijke koor, een reconstructie daarvan gerealiseerd, dat thans in gebruik is als consistorie.
Orgel
Het huidige orgel werd in 1882 gebouwd door de Gebr. Oberlinger te Windesheim, West-Duitsland voor de kerk van de Deutsche Evangelische Gemeinde, destijds aan de Zwarte Paardenstraat te Rotterdam.
De oorspronkelijke dispositie van het Oberlinger-orgel (1882):
Manuaal I:
Bordun 16 voet
Principal 8 voet
Hohlflote 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Octave 4 voet
Flote - tranmissie 4 voet
Quint 2 2/3 voet
Octave 2 voet
Mixtur II-III sterk
Trompete 8 voet
Manuaal II:
Flauto Amabile 8 voet
Salicionaal 8 voet
Viola di Gamba - transmissie 8 voet
Harmonica 4 voet
Flote 4 voet
Oboe 8 voet
Pedaal:
Subbass 16 voet
Principalbass 8 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Manuaal I-Manuaal II
Koppel Pedaal-Manuaal I
Piano/forte-trede
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Het Oberlinger-orgel onderging in het begin van de 20e eeuw de volgende wijzigingen:
- in 1905 zou volgens Bouman de Trompete vervangen zijn door een nieuw exemplaar,
- in 1913 werd op het pedaal een Cello 8' geplaatst,
- tevens werd de Oboe van Manuaal II vervangen door een Voix Celeste 8' en
- werd een tremulant werkend op het gehele orgel aangebracht,
- in 1924 werd de Flauto Amabile van Manuaal II vervangen door een Quintaton 8' (behalve de gedekte pijpen van het groot octaaf).
De dispositie van het Oberlinger-orgel (1882) vanaf 1924:
Manuaal I:
Bordun 16 voet
Principal 8 voet
Hohlflote 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Octave 4 voet
Flote - tranmissie 4 voet
Quint 2 2/3 voet
Octave 2 voet
Mixtur II-III sterk
Trompete 8 voet
Manuaal II:
Quintaton 8 voet
Salicionaal 8 voet
Viola di Gamba - transmissie 8 voet
Voix Celeste 8 voet
Harmonica 4 voet
Flote 4 voet
Pedaal:
Subbass 16 voet
Principalbass 8 voet
Cello 8 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Manuaal I-Manuaal II
Koppel Pedaal-Manuaal I
Piano/forte-trede
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Wegens het 75-jarig bestaan van de Duitse gemeente in Rotterdam ontving men een gift voor de bouw van een groter orgel door de fa. Steinmeyer. Men besloot het instrument van Oberlinger te koop aan te bieden. In 1939 werd het instrument door bemiddeling van de Nederlandse Klokken- en Orgelraad door de in Duitsland geboren orgelbouwer Theo Strunk te Rotterdam overgebracht naar Renesse. In Renesse verving het een op 1 oktober 1905 met een bespeling door de Zierikzeese organist S. Klimmerboom in gebruik genomen tweeklaviers pedaalharmonium, dat voorzien was van een imitatie-pijpenfront. Het Oberlinger-orgel werd door Strunk onder toezicht van de eerder genoemde N.K.O. geplaatst op een balkon tegen de torenmuur en daarbij vrij ingrijpend gewijzigd:
- de Cello werd afgesneden tot een Octave 4' en ruilde van plaats met de bas van de Octave 4' van Manuaal I,
- de Harmonica 4' werd afgesneden en na opschuiving geplaatst als een Nachthorn 1'
- de Viola di gamba werd eveneens afgesneden en na opschuiving geplaatst als een Schwiegel 2' waarbij de Salicional de plaats van de Viola innam
- de discant van de Bordun 16' ruilde van plaats met de Quintaton 8' zodat met herintonatie van de laagste twee octaven van de Bordun 16' op Manuaal I een Quintaton 16' en met bijmaking van pijpen voor het hoogste octaaf op Manuaal II een Bordun 8' ontstond,
- de samenstelling van de Mixtuur werd gewijzigd
- het pijpwerk van de Octave 4' de Quint 3' en de Octave 2' werd een halve toon opgeschoven
- de intonatie van het pijpwerk werd gewijzigd met als oogmerk een draagkrachtigere en doorzichtigere klank.
Op 4 maart 1939 werd het orgel in gebruik werd genomen met een concert door Ferdinand Timmermans, orgel en de zangeres Nelly Hugues.
De dispositie van het Oberlinger-orgel (1882) vanaf 1939:
Manuaal I:
Quintaton 16 voet
Principal 8 voet
Hohlflote 8 voet
Octave 4 voet
Flote - tranmissie 4 voet
Quint 2 2/3 voet
Octave 2 voet
Mixtur II-III sterk
Trompete 8 voet
Manuaal II:
Bordun 8 voet
Salicionaal 8 voet
Voix Celeste 8 voet
Flote 4 voet
Swiegel 2 voet
Nachthorn 1 voet
Pedaal:
Subbass 16 voet
Principalbass 8 voet
Octave 4 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Manuaal I-Manuaal II
Koppel Pedaal-Manuaal I
Piano/forte-trede
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Tijdens de kerkrestauratie van 1952-1954 werd het orgel verplaatst naar een balkon boven de kansel tegenover de toren.
In 1985-1986 werd het instrument gerestaureerd door de fa. Leeflang te Apeldoorn onder advies van Dirk Jansz. Zwart waarbij wederom enkele wijzigingen in de dispositie werden aangebracht:
- de Voix Celeste werd vervangen door een nieuwe Oboe 8',
- de Nachthorn 1' werd vervangen door een nieuwe Nasat 3',
- op het pedaal werd een nieuwe Posaune 16' geplaatst,
- het pijpwerk van het pedaal werd in een aparte kas geplaatst.
Helaas bleven de overige wijzigingen van 1939 ongemoeid. De drie oorspronkelijke kistbalgen zijn nog aanwezig; de trapinstallatie is gereconstrueerd. Het pijpwerk van beide manualen staat op n lade met mechanische slepen. Dat van het pedaal staat op mechanische kegelladen.
De dispositie van het Oberlinger-orgel (1882) vanaf 1986:
Manuaal I:
Quintaton 16 voet
Principal 8 voet
Hohlflote 8 voet
Octave 4 voet
Flote - tranmissie 4 voet
Quint 2 2/3 voet
Octave 2 voet
Mixtur II-III sterk
Trompete 8 voet
Manuaal II:
Bordun 8 voet
Salicionaal 8 voet
Flote 4 voet
Nasat 3 voet
Swiegel 2 voet
Oboe 8 voet
Pedaal:
Subbass 16 voet
Principalbass 8 voet
Octave 4 voet
Posaune 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Manuaal I-Manuaal II
Koppel Pedaal-Manuaal I
Koppel Pedaal-Manuaal II
Piano/forte-trede
Tremulant
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f'''
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Het orgel werd met uitsluiting van de kas in 1991 tot monument verklaard.
Situatie 1905-1939. Foto : Collectie P. Sevestre Situatie 1882-1939. te Rotterdam, Duitsche Kerk. Foto : Collectie P. Sevestre