Kerkgebouw
In 1332 begon men met de bouw van de Grote Kerk te Veere. Deze kerk bestond oorspronkelijk uit drie zogenaamde 'hallen'. In 1521 werd de huidige laatgotische kruisbasiliek voltooid, waarbij de oude kerk het koor van de nieuwe kerk werd. Plannen om een nieuw en groter koor te bouwen zijn op niets uit gelopen. De aanzet hiertoe is nog te zien in de bestrating van de Kapellestraat.
Nadat in mei 1572 de Grote Kerk werd ingericht voor de Protestantse eredienst, werd het koor van de kerk werd opgesplitst in drie delen. De Franstalige Waals-Gereformeerden kerkten op zondag in de Kleine Kerk. Daarnaast was hier vanaf 1652 iedere weekdag 's middags een dienst van de Nederduits Hervormde Gemeente. De Noordelijke beuk werd verhuurd als opslagplaats en vanaf 1614 tot 1795 Schotse Kerk en de derde beuk werd toegewezen aan de Lutherse Gemeente, die vanaf 1799 eveneens de Noordelijke beuk in gebruik namen.
In 1686 bracht een brand zowel aan de Grote Kerk als de Kleine Kerk grote schade toe, gevolgd door beschadigingen bij het Engels bombardement op de stad in 1809.
Nadat in 1813 de Grote Kerk in gebruik werd genomen als Frans militair hospitaal en het ledenaantal van de Hervormde Gemeent sterk was verminderd, werden er uitsluitend in de Kleine Kerk kerkdiensten gehouden, wat altijd zo is gebleven.
In 1836 werd de Noordelijke beuk van de Kleine Kerk, tot dan toe in gebruik bij de Lutherse Gemeente, afgebroken.
In tegenstelling tot de Grote Kerk, bleef in de Kleine Kerk de voornamelijk 17e eeuwse inventaris wel grotendeels gespaard.
Orgel
Het orgel in de Kleine Kerk was oorspronkelijk een eenmanualig instrument met acht stemmen, gebouwd voor de Rooms Katholieke kerk te Sassenheim.
De oorspronkelijke dispositie van het orgel (18 e eeuw?):
Hoofdwerk:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba disc. 8 voet
Prestant 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Gemshoorn 2 voet
Mixtuur
Pedaal:
Aangehangen
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f?
Pedaalomvang: C-d'?
Stemming: eenredig zevend?
Toonhoogte: a = 440 Hz?
Tractuur: mechanische sleeplade
In de periode 1854/1855 breidde Henricus Dominicus Lindsen dit orgel uit met een tweede klavier. Ook werd het instrument voorzien van een nieuwe kas zodat eigenlijk sprake is van nieuwbouw met gebruikmaking van het oude materiaal.
De oorspronkelijke dispositie van het Lindsen-orgel (1855) met ouder pijpwerk:
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Fluit travers 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-V sterk
Positief:
Roerfluit 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Quintadena disc. 8 voet
Roerfluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Positief basc./disc.
Afsluiting
Ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1891 werd het instrument door de firma Adema overgeplaatst naar de Noorderkerk te Middelburg onder het advies van de Amsterdamse organist Martin Boltes. Bij deze overplaatsing werd onder meer de Fluittravers 8' op het hoofdwerk vervangen door een Bourdon 16' vanaf c, voor een bedrag van f150,-.
De oorspronkelijke dispositie van het Lindsen-orgel (1855) met ouder pijpwerk vanaf 1891:
Hoofdwerk:
Fluit Travers - vanaf c 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-V sterk
Positief:
Roerfluit 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Quintadena disc. 8 voet
Roerfluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Positief basc./disc.
Afsluiting
Ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1928 werd het Lindsen-orgel aangekocht door de gemeente van de Kleine Kerk te Veere. De firma A.S.J. Dekker uit Goes plaatste het orgel over, waarbij een Subbas op een pneumatische pedaallade werd toegevoegd en een Voix Celeste op het positief. Adviseur bij deze overplaatsing was dhr. Ferwerda uit Vlissingen.
De oorspronkelijke dispositie van het Lindsen-orgel (1855) met ouder pijpwerk vanaf 1928:
Hoofdwerk:
Fluit Travers - vanaf c 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-V sterk
Positief:
Roerfluit 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Quintadena disc. 8 voet
Voix Celeste 8 voet
Roerfluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Pedaal:
Subbas 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Positief basc./disc.
Afsluiting
Ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Verder zijn er nog diverse werkzaamheden uitgevoerd op een onbekend moment door een onbekende bouwer: Mogelijk is de Roerfluit 8' van het bovenwerk op de plaats van de holpijp 8' van het hoofdwerk gekomen. Op de opengevallen plaats op het bovenwerk is een Bourdon 8' geplaatst. De Quintadena 8' disc. is verdwenen, waarvoor een Salicionaal 4. is gekomen. Ook de Voix Celeste 8' uit 1928 is al voor 1977 verdwenen.
De oorspronkelijke dispositie van het Lindsen-orgel (1855) met ouder pijpwerk vanaf de 20e eeuw
Hoofdwerk:
Bourdon - vanaf c 16 voet
Prestant 8 voet
Roerfluit 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-V sterk
Positief:
Bourdon 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Salicionaal 4 voet
Roerfluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Pedaal:
Subbas 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Positief basc./disc.
Afsluiting
Ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
pneumatische pedaallade
In 1977 is het orgel onder advies van Klaas Bolt gerestaureerd door de firma Slooff uit Ouderkerk aan de IJssel. Onder meer werden de windladen gerestaureerd, de orgelkas nagezien en ingezakte frontpijpen hersteld. De Subbas 16' op het pedaal van de firma Adema uit 1928 werd verwijderd.
De oorspronkelijke dispositie van het Lindsen-orgel (1855) met ouder pijpwerk vanaf 1977:
Hoofdwerk:
Bourdon - vanaf c 16 voet
Prestant 8 voet
Roerfluit 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-V sterk
Positief:
Bourdon 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Salicionaal 4 voet
Roerfluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Positief basc./disc.
Afsluiting
Ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1998 heeft de firma Reil uit Heerde het Lindsen-orgel gerestaureerd. Hierbij werd op de open plaats op het Bovenwerk een Vox Humana 8' van oude makelij gedisponeerd. Een Fluittravers 16' disc. is toegevoegd. Ook werd er een nieuwe Subbas 16' geplaatst op een mechanische pedaallade. Op 19 december 1998 werd het orgel weer in gebruik genomen.
De oorspronkelijke dispositie van het Lindsen-orgel (1855) met ouder pijpwerk vanaf 1998:
Hoofdwerk:
Bourdon - vanaf c 16 voet
Prestant 8 voet
Roerfluit 8 voet
Bourdon - vanaf c 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur basc./disc. III-V sterk
Positief:
Bourdon 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Salicionaal 4 voet
Roerfluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Vox Humana 8 voet
Pedaal:
Subbas 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Positief basc./disc.
Afsluiting
Ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Zie pagina Discografie