Kerkgebouw
In 1909 werd de Gereformeerde Kerk aan de Kaai te Veere in gebruik genomen.
Het gebouw is na diverse jaren leegstand verkocht. Thans is er een winkel in het pand gevestigd.
Orgel
In 1899 bouwde de firma Van de Haspel een nieuw orgel voor de Hervormde kerk te Overschie, nadat het oude Kam & Van der Meulen-instrument (1862) in 1899 door brand was verwoest. Voor de inderhaast opgetrokken hulpkerk bood nog datzelfde jaar de firma A. van den Haspel te Rotterdam een 'nieuw' mechanisch orgel aan voor f1600,- Wat er met 'nieuw' wordt bedoeld, is niet duidelijk. Duidelijk zichtbaar is dat bij de bouw van het orgel gebruik is gemaakt van een oudere orgelkas. Afgezaagde stijlen wijzen erop, dat er waarschijnlijk ook een middentoren is geweest. Ook de Trompet 8' en de Cornet waren vermoedelijk van oude makelij, waarbij de Cornet oorspronkelijk IV sterk was en tertsloos.
De oorspronkelijke dispositie van het Van de Haspel-orgel (1899):
Manuaal:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit 4 voet
Octaaf 2 voet
Cornet disc. III sterk
Trompet 8 voet
Pedaal:
Aangehangen
Werktuiglijke registers:
Koppel Pedaal-Manuaal
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1901 is dit orgel overgeplaatst naar de nieuwe kerk. Daarbij werd aan Van den Haspel opgedragen zijstukken aan het orgel te plaatsen.
Het instrument kreeg 9 registers op het manuaal en een aangehangen pedaal. Vermoedelijk is de Trompet 8' van oudere makelij. De hoogte van de orgelkas was ongeveer 2,90 m, de diepte 1,20 m.
Het Van de Haspel-orgel werd al in april 1910 verkocht aan de firma A.S.J. Dekker te Goes aangezien de Hervormde Kerk te Overschie een orgel aanschafte bij de firma Van der Kleij te Rotterdam.
De firma Dekker plaatste het orgel over naar de Gereformeerde Kerk te Veere, waarbij in ieder geval het front ongewijzigd bleef.
In 1981 is het instrument gerestaureerd door de firma Vierdag te Enschede. Hierbij werd het pijpwerk verdeeld over 2 klavieren en pedaal. De Sesquialter II sterk werd op advies van dhr. F.M. de Keizer gesplitst in twee aparte stemmen: de Quintfluit 2 2/3' en een Terts 1 3/5'. Hier was namelijk genoeg ruimte voor op de windlade en deze wijziging vergrootte de gebruiksmogelijkheden. Bovendien ging hierdoor geen oud pijpwerk verloren.
Door diverse tegenslagen zoals het faillissement van de firma Vierdag, kon de ingebruikname uiteindelijk pas plaats vinden op maandagavond 21 december 1981.
De dispositie van het Van de Haspel-orgel (1899) vanaf 1981:
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Gedekt 8 voet
Octaaf 4 voet
Mixtuur III sterk
Trompet 8 voet
Nevenwerk:
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Quintfluit 2 2/3 voet
Prestant 2 voet
Terts 1 3/5 voet
Pedaal:
Bourdon 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Nevenwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Nevenwerk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
In 1983 werd de Prestant 8' verbeterd. Door opschuiving van pijpwerk en het plaatsen van zes nieuwe houten pijpen werd een belangrijke klankverbetering tot stand gebracht. Ook werd de intonatie waar nodig gecorrigeerd. Zo werd de aanspraak Trompet 8' en Prestant 2' iets in sterkte teruggenomen.
In 2004 werd het orgel verkocht naar de Gereformeerde Gemeente in Nederland te Nieuw-Beijerland.
Foto : F.M. de Keizer Situatie 1899-1981. Foto : De Mixtuur