Kerkgebouw
In 1834 scheidde een gedeelte van de kerkgangers zich af van de Hervormde Gemeente van Wolphaartsdijk. Deze Afgescheidenen gingen kerkdiensten beleggen in schuren en vanaf 1939 hadden ze beschikking over een eigen kerkgebouw. Hiervoor diende een omgebouwd woonhuis.
In 1883 nam de Gereformeerde Kerk haar nieuwe kerkgebouw aan de Hoofdstraat in gebruik.
In 1938 werd dit gebouw gerestaureerd, waarbij het interieur werd vernieuwd. Er kwamen bij deze restauratie onder meer nieuwe banken in de kerk.
In mei 1974 werd een tweede restauratie uitgevoerd, waarbij de banken moesten plaats maken voor stoelen. Op 27 oktober 1974 werd de 'vernieuwde' kerk weer officieel in gebruik genomen.
In 2001 werd de Gereformeerde Kerk verkocht. In het gebouw zijn appartementen gebouwd.
Eerste orgel
In 1909 kreeg de firma A.S.J. Dekker de opdracht om een nieuw orgel te leveren aan de Gereformeerde Kerk van Wolphaartsdijk. Dit pneumatische instrument kreeg negen stemmen, verdeeld over 1 manuaal en pedaal.
In 1932 werd het orgel door de fa. Dekker gewijzigd, gevolgd door uitbreidingen door L. Eversdijk in 1942. Hij voorzag het instrument van een tweede manuaal.
De dispositie van het Dekker-orgel (1909) vanaf 1942:
Manuaal I:
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Ruispijp II sterk
Trompet 8 voet
Manuaal II:
Gedekt 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Fluit 4 voet
Nasard 2 2/3 voet
Sesquialter II sterk
Pedaal:
Subbas 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Manuaal I-Manuaal II
Koppel Manuaal I-Manuaal II 16'
Koppel Pedaal-Manuaal I
Koppel Pedaal-Manuaal II
Automatisch pedaal
Drie vaste combinaties
Tremulant Manuaal II
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g
Pedaalomvang: C-f
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: elektrische kegelladen
Op een onbekend moment zijn op het eerste manuaal een Roerfluit 4' toegevoegd en op het tweede manuaal is de Sesquialter II sterk vervangen door een Flageolet 2'.
Nadat het orgel veel gebreken vertoonde, werd alweer in 1950 besloten te laten repareren door de firma B. Pels. Deze bouwde het instrument om als opus 253, vervaardigde geheel nieuwe windladen en een speeltafel. Vermoedelijk werd ook hierbij het front gewijzigd.
De dispositie van het Dekker-orgel (1913) vanaf 1950:
Hoofdwerk:
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Roerfluit 8 voet
Octaaf 4 voet
Mixtuur II-III sterk
Manuaal II:
Holpijp 8 voet
Viola di Gamba 8 voet
Fluit 4 voet
Woudfluit 2 voet
Basson-Hobo 8 voet
Pedaal:
Subbas - transmissie 16 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Manuaal I-Manuaal II
Koppel Manuaal I-Manuaal II 16'
Koppel Manuaal II 16'
Koppel Pedaal-Manuaal I
Koppel Pedaal-Manuaal II
Tremulant
4 vaste combinaties
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g
Pedaalomvang: C-f
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: elektrische kegelladen
In 1965 werd het orgel verkocht aan de Hervormde Wijkgemeente Sionskerk te Apeldoorn. Het werd door M. Schreutelkamp, de intonateur van Orgelmakerij Ernst Leeflang B.V., overgeplaatst naar Apeldoorn.
In 1979 voerde de firma Pels & Van Leeuwen een technische revisie uit.
In 1987 werd het Dekker-orgel vervangen door een historische Witte-orgel uit Rotterdam.
Situatie tot vermoedelijk 1950 Situatie 1965-1987 te Apeldoorn, Hervormde Wijkgemeente Sion
Foto : Collectie P. Bron
Huidig orgel
In 1964 plaatste Orgelmakerij Ernst. Leeflang B.V. Apeldoorn een nieuw orgel in de Gereformeerde Kerk van Wolphaartsdijk. Het instrument kreeg 11 stemmen, verdeeld over hoofdwerk, rugwerk en pedaal. De Prestant 8' van het pedaal is transmissie van het hoofdwerk. Een jaar later werd het in gebruik genomen.
De voormalige dispositie van het Leeflang-orgel (1965):
Hoofdwerk:
Prestant 8 voet
Roerfluit 8 voet
Octaaf 4 voet
Mixtuur IV-V sterk
Rugwerk:
Holpijp 8 voet
Prestant 4 voet
Spitsfluit 4 voet
Octaaf 2 voet
Nasard 1 1/3 voet
Kromhoorn 8 voet
Pedaal:
Subbas 16 voet
Prestant -Transmissie 8 voet
Werktuiglijke registers:
Koppel Hoofdwerk-Rugwerk
Koppel Pedaal-Hoofdwerk
Koppel Pedaal-Rugwerk
Tremulant op het Rugwerk
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-g
Pedaalomvang: C-f
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a = 440 Hz
Tractuur: mechanische sleepladen
Na verkoop van de kerk in 2001, werd het Leeflang-orgel uit een legaat aangekocht door de Christelijk Gereformeerde Kerk van Onstwedde. De verplaatsing werd uitgevoerd door de firma A. Nijsse & Zoon te Oud-Sabbinge. In Onstwedde werd de kas van het hoofdwerk verlaagd en de twee pedaaltorens schuin afgezaagd. Daarnaast werd de Mixtuur gereduceerd van IV-V sterk naar III sterk, de Octaaf 2' uit de Mixtuur apart speelbaar gemaakt, de Nasard 1 1/3' van het rugwerk opgeschoven tot een 2 2/3' en een elektrische tremulant op het rugwerk toegevoegd. Het Leeflang-orgel werd op 23 maart 2003 in gebruik genomen.
Foto : M. Wubs Situatie vanaf 2001 te Onstwede, Christelijk Gereformeerde Kerk. Foto : J. Schout
Situatie vanaf 2001 te Onstwede, Christelijk Gereformeerde Kerk.
Foto : J. Schout
Geraadpleegde literatuur
Eck, T. van, Timmer, V. (2005)
"Twee werklijsten van orgelmakers uit de eerste helft van de 20e eeuw: De firma A.S.J. Dekker en de door haar overgenomen Orgelfabriek P. van Dam" in Het Orgel, nummer 3, 2005
Koninklijke Nederlandse Organisten Vereniging, 2005
Stichting Utrechts Orgelarchief Maarten Vente
Met dank aan
P. Bron
J. Schout
M. Wubs