Kerkgebouw
Vanaf 1625 werden er godsdienstoefeningen gehouden te Kats. Waarschijnlijk werden deze georganiseerd in een boerenschuur.
Op 22 december 1660 kwam de kerkenraad bijeen om te bespreken hoe men aan financiële middelen voor de bouw van een kerk kon komen. In een inventarislijst uit 1799 staat te lezen: 'een kerk geheel uit Liefdegaven opgebouwd anno 1867 hebbende gekost 200:5:4 Vlaams met het kerkhov en het hek en een dubbele regenbak. Het betrof een eenvoudig gebouw zonder toren.
Toch zagen de inwoners van Kats graag wel een toren op hun kerk. Na veel vergaderingen en bouwwerkzaamheden kon op 21 augustus 1757 voor de eerste maal de klok van de dorpskerk te Kats worden geluid.
Door de bouwvallige staat waarin de kerk in de tweede helft van de 19e eeuw verkeerde, werd in 1868 besloten tot restauratie en aanpassing van het gebouw. Wegens het uitblijven van subsidie moest het werk tot 1870 worden uitgesteld. In dat jaar werden de ramen vergroot, het dak werd beschoten en de toren werd opnieuw gebouwd met zoveel mogelijk bouwmateriaal van het voorgaande exemplaar. Op 24 juli 1870 werd de vernieuwde kerk in gebruik genomen.
In 1951 is de toren op kosten van de burgerlijke gemeente verbouwd. Hierdoor heeft de kerk zijn bijzondere architectuur helaas verloren.
Door een samenwerkingsverband tussen de Hervormde gemeente Kats en de Hervormde gemeente Kortgene werd eind jaren '90 besloten het kerkgebouw te Kats af te stoten. In 2001 werd het 'Witte Kerkje' te Kats overgenomen door de Stichting Oude Zeeuwse Kerken.
Eerste orgel
In 1898 werd er voor het eerst gesproken over de aanschaf van een orgel in de Dorpskerk te Kats. Wegens te hoge kosten durfde de kerkenraad het echter niet aan een pijporgel aan te schaffen.
Pas in 1904 werd na veel discussies en gecijfer het besluit genomen te zijner tijd een orgel aan te schaffen.
In 1906 was er zoveel geld ingezameld dat werd overgegaan tot plaatsing van een advertentie. Op 6 september 1906 werd een pijporgel overgedragen aan de kerkvoogdij.
Het aangeschafte instrument was echter niet al te best. Al in 1913 was de firma A.S.J. Dekker gevraagd het orgel te inspecteren want er waren gebreken geconstateerd.
In 1927 werd het oude instrument buiten gebruik gesteld.
Huidig orgel
In 1926 werd een orgelcommissie in het leven geroepen die voortvarend te werk ging. Er werd binnen een jaar een nieuw orgel besteld bij de firma Giessen te Goes. In augustus 1927 deelde de heer Brom uit Utrecht mee dat hij na inspectie het nieuwe orgel in orde had bevonden. In 1960 is een elektrische windvoorzieing aangebracht en de dispositie is na opschuiving van de fluit naar flageolet op een onbekend moment als volgt (zie rechts:).
Manuaal: vioolprestant 8, holpijp 8, gamba 8, octaaf 4, flageolet 2 pedaal aangehangen.
Pedaalkoppel, fortissimo, ventiel
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-d’
Stemming: Evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 440 Hz
Tractuur: pneumatische kegellade