Kerkgebouw
De oudste gedeelten van de Kloetingse Geerteskerk dateren uit de 14e eeuw. Rond 1300 werd namelijk het koor van de kerk gebouwd. Rond 1525 moet de kerk haar huidige vorm hebben gekregen. De toren stond aanvankelijk los van de kerk.
Aan het begin van de 16e eeuw werd het schip van de kerk naar het westen verlengd en met de toren verbonden. Deze toren is een gotisch bouwwerk met een uitgesproken Brabantse invloed, gebouwd in het midden van de 15e eeuw. In 1594 werd de toren hersteld. Een ingemetselde gedenksteen herinnert ons hier nog aan. In de toren hangen drie luidklokken en in 2004 is de laatste grote onderhoudsrestauratie uitgevoerd.
Tussen 1970 en 1973 is de kerk geheel gerestaureerd, evenals in 2008.
Orgel
Dat de Geerteskerk al zo spoedig na de eerste orgelplaatsing op Zuid-Beveland in 1786 in de Sint Maartenskerk in Baarland, van een orgel werd voorzien, is niet verwonderlijk. Lange tijd was de orgelbegeleiding in kerken niet gebruikelijk, wat mede veranderde door de invoering van de nieuwe psalmberijming in 1773. Ambachtsheer Van der Bilt, woonachtig aan de Grote Markt in Goes was namelijk een overbuurman van Martinus Slabber, de initiatiefnemer tot aanschaf van het orgel in Baarland. Ongetwijfeld was Van der Bilt op de hoogte van de plannen van Slabber en natuurlijk kon Kloetinge niet achterblijven bij Baarland. In tegenstelling tot de Sint Maartenskerk in Baarland, waar een tweedehands Moreau-huisorgel werd geplaatst, moest de Geerteskerk in Kloetinge worden voorzien van een geheel nieuw orgel. De keuze viel op orgelmaker Hendrik Hermanus Hess te Gouda.
Het orgel werd aan de oostzijde van de preekstoel tegen het koorschot geplaatst. Het oksaal was samen met de orgelkas een prachtig geheel in Louis XVI-stijl en vermeldt de naam van de schenker: 'Dit orgel is gesticht op order van den welegestr. Heer Zijwert Diderik van der Bilt, schepen en raad der stad Goes. Mitsgaders Ambachtsheer van Cloetinge. Plegtig ingewijd den 27 Meij 1787 door den Weleerw. Heer Petrus Wilhelmus Lamotte, predikant alhier, met Psalm 104 vers 33 en 34'.
In 1930 werd de Flageolet 1' vervangen door een Viola 4' en en nieuwe Octaaf 2'. Op het Bovenwerk kwam een nieuwe Quint 3'. Het pedaal werd uitgebreid met een pneumatische Subbas 16'. Ook dit was het werk van orgelbouwer Dekker. In 1975 werd het orgel door de firma Flentrop Orgelbouw uit Zaandam in ere hersteld. Hierbij adviseerde dhr. W.R. Talsma. Alle opschuivingen en insnijdingen werden ongedaan gemaakt, zo nodig pijpen verlengd en het orgel werd gestemd in middentoonstemming. Om de gemeentezang tijdens deze werkzaamheden toch goed te kunnen blijven begeleiden, plaatste de firma Flentrop tijdelijk een 4-voets positief in het koor van de kerk.
Met deze restauratie was het orgel weer in glorie hersteld, echter, er is een nieuwe restauratie ophanden waarvoor op dit moment middelen worden gezocht.In later jaren is een tweede pedaalkoppel naar het bovenwerk geplaatst door A. Nijsse & Zoon te Oud-Sabbinge.
Daarnaast is in 2008 een vrij pedaal toegevoegd met een Bourdon 16' en een Prestant 8'. De werkzaamheden werden opnieuw door A. Nijsse & Zoon uitgevoerd.
Orgelbouwer J.J. van den Bijlaardt verving in 1880 de Sesquialter van het Hoofdwerk door een Roerfluit 4'. In 1913 werd het orgel flink onder handen genomen. A.S.J. Dekker uit Goes plaatste op het Hoofdwerk een nieuwe Trompet 8', op het Bovenwerk kwam een Quintadeen 8', Viola di Gamba 8' en een Voix Celeste. Onder andere de Vox Humana 8' moest hiervoor wijken. 490 stuks pijpen werden voorzien van stemlisten die zondermeer in de bestaande pijpwand werden aangebracht. Hiervoor was opschuiving van het pijpwerk noodzakelijk. Daarvoor verwijdde men 540 gaten van het pijprooster en vulde de aldus ontstane lacune aan met enkele pijpen voor ieder register. Het schitterende oksaal werd waarschijnlijk meteen gesloopt. Tijdens de inwijdingsdienst na de herinrichting van de kerk (het orgel werd nu aan de torenzijde geplaatst) werd het orgel door adviseur Jan Kooiman bespeeld.
Dispositie:
Hoofdwerk: bourdon 16, prestant 8, holpijp 8, octaaf 4, quintprestant 3, superoctaaf 2, flageolet 1, mixtuur II-IV b/d, cornet V d, sesquialter II, trompet 8 b/d. I/II b/d
Bovenwerk: holpijp 8, viola di gamba 8, gemshoorn 4, quintfluit 3, octaaf 2, carillon III, vox humana 8, tremulant, ventiel
\Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-f’’’
Pedaalomvang: C-d’
Stemming: middentoon
Toonhoogte: a’ = 425 Hz