Kerkgebouw
Op 7 november 1913 is de Gereformeerde Gemeente te Kortgene geïnstitutioneerd. Op 14 april van het volgende jaar werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen aan ‘het einde van de Torendijk’.
Door groei van de gemeente werd besloten een nieuwe kerk te bouwen, die op 22 juli 1927 in gebruik werd genomen.
De schade als gevolg van de Watersnoodramp op 1 februari 1953 was groot; met herstel was een bedrag van ca. f50.000,- gemoeid.
Op zondagmorgen 10 oktober 2004 werd de kerk in brand gestoken, waarbij de kerkzaal niet afbrandde maar er wel veel rook- en waterschade ontstond. Op 8 september 2005 is het herstelde kerkgebouw in gebruik genomen.
Orgel
Het orgel in de Gereformeerde Gemeente te Kortgene is gebouwd door een onbekende bouwer rond 1750. Het pijpwerk dateert echter vermoedelijk van het begin van de 19e eeuw. Tot 1919 stond het instrument in "een Roomsche kerk in Limburg" maar het is van oorsprong geen zuidelijk instrument. De makelij wijst in de richting van een Nederlandse orgelbouwer van boven de grote rivieren.
In 1919 werd het vanuit Limburg overgeplaatst naar de Christelijk Gereformeerde Kerk te Bussum. Hier werd de orgelkas in imitatie-eiken geschilderd en de frontpijpen gewit.
In 1929 werd het instrument naar een nieuw kerkgebouw overgeplaatst. Daarnaast werd het uitgebreid en gerepareerd. Een Bourdon 16’ en een Cornet V sterk werden op een pneumatische laden buiten de kas geplaatst. Ook werd de discantzijde van de Octaaf 2’ verwijderd. De Mixtuur en de Quint 3’ moest plaats maken voor respectievelijk een Gamba 8’ en een Voix Celeste 8’. Deze laatste twee wijzigingen kunnen echter ook al eerder hebben plaatsgevonden. Ook werd een aangehangen pedaal gebouwd, werd het dubbelkoor van de Prestant 8' uitgeschakeld en de vijf grootste gedekte houten pijpen vervangen door nieuwe open pijpen van zink. De open opstelling van het pijpwerk op de pneumatische windlade verleidde jeugdige orgeltrappers er wel eens toe om met pijpjes van de Cornet te rommelen en deze in een willekeurige volgorde terug te plaatsen, waardoor organist en gemeente soms niet wisten wat hen overkwam bij het opentrekken van dit register...
In 1941 werd Flentrop verzocht een voorstel te doen tot dispositiewijzigingen en uitbreiding van het orgel met een tweede klavier. De plannen vonden geen doorgang maar wel werd een jaar later het instrument door Flentrop gerestaureerd. De Gemshoorn 4’ werd hierbij gewijzigd in een Nasard 2 2/3’.
In 1962 werd het orgel voor f3500,- aangekocht door de Gereformeerde Gemeente te Kortgene. Het instrument werd door de firma Fonteijn & Gaal uit Amsterdam overgeplaatst. Hierbij werd de de Octaaf 2’ aangevuld en de Vox Celeste 8’ verwijderd. De middentoren werd enkele centimeters ingekort in verband met de beschikbare hoogte van de kerkruimte. Op 27 april 1962 werd het instrument in gebruik genomen. Een grootscheepse restauratie volgde in 1981 door de firma Kaat & Tijhuis te Kampen. Hierbij werd de dispositiewijzigingen uit voorgaande jaren ongedaan gemaakt. Het pedaal werd voorzien van een Bourdon 16’ op een mechanische windlade in een aparte orgelkas achter het instrument. Als adviseur waren dhr. Kluiver uit Middelburg en Chiel van Doeselaar uit Goes betrokken. Op 21 mei 1981 werd het orgel in gebruik genomen met een bespeling door Jaap Coppoolse. Na een kerkbrand in oktober 2004 werd het orgel grondig schoongemaakt door A. Nijsse & Zoon te Oud-Sabbinge. Hierbij is de Mixtuur III sterk vervangen door een Sesquialter II sterk. De dispositie is vanaf dan:
Manuaal: prestant 8 d, holpijp 8, octaaf 4, fluit 4, gemshoorn 4, quint 2 2/3, octaaf 2, sesquialter II, tremulant
Pedaal: bourdon 16, pedaal permanent aangehangen
Overige gegevens:
Manuaalomvang: C-c’’’
Pedaalomvang: C-d'
Stemming: evenredig zwevend
Toonhoogte: a’ = 443 Hz
Tractuur: mechanische sleeplade
Pedaal permanent aangehangen